Nieuwste berichten

In gesprek met Jean Darvas Collignon

Zwart hart - www.bloedwetten.comTer ere van het verschijnen van de eerste Bloedwetten bronvertelling ‘Zwart hart’ in de reeks Splinters van Uitgeverij Quasis, had protagonist Jean Darvas Collignon mij toegezegd dat hij beschikbaar was voor een interview. Dit gesprek vond onlangs bij mij thuis plaats, onder Collignons eigen voorwaarden wel te verstaan.

‘Ze staan werkelijk te dringen met hun vragen, niet?’ merkt hij op terwijl hij aan zijn sigaartje lurkt.

Zoals van Jean Darvas Collignon verwacht mag worden, is hij er opeens. Hij staat middenin mijn werkkamer, gekleed in een lichtgrijs, op maat gemaakt kostuum. Zijn hoge hoed is van dezelfde kleur. Op het puntje van zijn neus prijkt een bril met ronde glazen van blauw glas. Zoals altijd is hij om door een ringetje te halen. Geen wonder dat hij te laat is.

‘Ik had je gevraagd om niet te roken,’ zeg ik lichtelijk geïrriteerd.

‘Weet ik.’

‘Waarom doe je het dan toch?’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Zo ben ik nu eenmaal. U heeft me zo gemaakt. Klagen heeft weinig zin. Tutoyeren evenmin.’

Ik rol met mijn ogen, heb nu al spijt van dit voorgenomen interview.

‘Opvallend dat iemand met beperkte longfunctie een van haar voornaamste personages kettingroker maakt,’ merkt hij op.

‘Daar had ik niets over te vertellen. Ik schrijf op wat ik doorkrijg.’

‘Ben ik  u ingeademd door een hogere macht? Meer dan een veredelde tikgeit bent u dus eigenlijk niet.’

Ik besluit van een theologische discussie af te zien. Hoewel onze mening over het goddelijke – of het gebrek daaraan – overeenkomt, zou hij het klaarspelen om toch te winnen én de discussie uren te laten voortduren. ‘Hoogst impertinent trouwens dat je jezelf tot een van mijn voornaamste personages betitelt,’ kaats ik terug.

‘Dat ben ik toch ook? Bloedwetten is niets zonder mij.’

Ik moet om de pretlichtjes in zijn ogen lachen. Hij is een expert in mensen op de kast jagen. Ook al neem je je voor er niet in te trappen, toch krijgt hij je precies waar hij je hebben wil. ‘Misschien,’ geef ik halfhartig toe. ‘Zullen we maar eens beginnen?’ vraag ik hem, terwijl ik mijn blik over mijn aantekeningen laat dwalen.

‘Waren we dan niet al begonnen?’

Ik negeer de opmerking en stel mijn eerste vraag: ‘Tevreden over het omslag van Zwart hart?’

‘Mwoch, het ziet ernaar uit dat ik het ermee moet doen. Als ik in de spiegel kijk, zie ik natuurlijk een veel betere versie staan. Toen ik net van het bloed was, had ik wat meer vlees op mijn botten, dat is waar. Nooit ben ik een knekelfestijn geweest, zoals die Rode die uw hart stal.’

‘Ben je daar nog steeds jaloers over? Dat Storm in mijn dromen opdook en niet jij?’

‘Ach, wat heet jaloers. Dergelijke emoties heb ik reeds lang achter me gelaten.’

‘Maar toch begin je er steeds weer over.’

‘Ik weet dat u op een bepaalde manier ook op mij bent gesteld. Daar zal ik het mee moeten doen.’

‘Wat weinigen begrijpen is dat je als schrijver je personages bent. Ik droomde dat ik Storm was, hoe ik gemaakt werd en daaruit is Bloedwetten ontstaan. In zekere zin ben ik hem nog steeds.’

‘Is dat wel een gezonde relatie?’

Ik snuif. ‘Ja, ik vreesde al dat dit gesprek zo zou verlopen. Wie interviewt wie?’

‘Ik hoor niets dan tegenstrijdigheden in uw verhaal. Dan is het niet verwonderlijk dat ik vragen stel. Als schrijver bent u de personen waarover u schrijft, maar tegelijkertijd heeft u niets te zeggen over hun doen en laten.’

‘Dat klopt.’

Nu mompelt hij wat. Hij steekt een nieuw sigaartje aan met het kontje van de oude. Onder mijn dwingende blik opent hij het raam, schuift de hebbedingetjes en halfdode planten opzij die op de vensterbank staan en parkeert de ene helft van zijn achterwerk erop. Hij kijkt naar buiten, naar de mensen die door de drukke winkelstraat lopen, de voorbijsnellende fietsers en het gejaagde getingel van de tram die weer eens vast staat door een dubbel geparkeerde vrachtwagen. ‘Ik begrijp niet hoe u hier kunt creëren.’

‘Je moet het doen met wat je hebt.’

‘U verdient beter. Wanneer u over schrijven praat, zie ik – los van de tegenstrijdigheden – de passie in uw ogen. Dat is mooi. Met passie doorwrocht bloed smaakt beter.’

‘Nu zit je me te vleien.’

‘Klopt, bloed is bloed. Het smaakt allemaal hetzelfde.’ Hij neemt me in zich op. ‘Ik had gedacht dat u groter zou zijn.’

‘Die hoor ik wel vaker.’

‘Treurige aangelegenheid eigenlijk, dat schrijven, als ik het zo bekijk. Waarom steekt u er zoveel uren in, terwijl u er relatief zo weinig voor terugkrijgt? Ik bedoel, een boterham ermee beleggen gaat niet lukken. Nog even en u moet naar de bloedbank om bloed af te staan in de hoop dat u daarvoor een duit in ontvangst mag nemen.’

Zwart hart - Bloedwetten‘Noem het een roeping. Zullen we verder gaan met de vragen? Dit interview gaat immers om jou, niet om mij.’

Een afkeurend geluid verlaat zijn strot. ‘Vragen, alsof u er zo veel heeft binnengekregen. Ik zei toch dat het zinloos was om via die sociale media op te roepen om vragen te stellen? Men is te zeer van mij onder de indruk om vragen te durven stellen.’

‘Ik heb er wel degelijk een paar vragen binnengekregen van dappere zielen. John van Duin vroeg zich bijvoorbeeld af of je letterlijk een zwart hart hebt.’

‘Sommige dingen moet men letterlijk nemen, andere niet.’

‘Vanzelfsprekend kom je met een ontwijkend antwoord.  Een langer antwoord dan ik had verwacht, dat dan weer wel.’

‘Weet ik gelukkig toch te verbazen. Tegen mensen die naar de zwartheid van mijn hart gissen, zeg ik: lees Zwart hart. Het is natuurlijk één grote leugen, een fantabulatie van de hoogste orde, maar het voldoet.’

‘Dat zal ik dan maar als een compliment beschouwen.’

‘Vanzelfsprekend. Van niemand anders zou ik het pikken dat ze proberen om mijn verleden in woorden te vatten.’

‘Ik heb slechts opgeschreven wat jij mij doorgaf, dus als er iemand liegt, ben je het zelf.’

‘Precies zoals men van mij verwacht. Ik ben een open boek.’

‘Is dat jouw manier van om iemand geven, gedrag van hem of haar ‘pikken’?’

‘Wanneer het moet. Ik geef om personen die de moeite nemen om te luisteren. Mensen die hun kop boven het maaiveld van het alledaagse durven uitsteken. Bovendien ben ik benieuwd naar de bronvertelling van madame LaSoeur.’

‘Tot ik die heb opgeschreven ben ik wat jou betreft mijn leven zeker?’

‘Tot dan en lang daarna. De onwaarheden die de kleine moordenaar, Ravàn, u heeft ingefluisterd kunnen mij ongetwijfeld ook vermaken voor een uurtje of twee.  Want het klopt toch, hij heeft reeds met u gesproken?’

‘Yup, ik heb bijna zijn hele wording in mijn hoofd. Die van Kushir ook en madame LaSoeur heeft haar verhaal inderdaad ook grotendeels gedaan.’

‘Alleen nog opschrijven.’

‘Precies, alleen nog opschrijven. Maar aangezien ik de eerste versie van Zwart hart herfst 2014 opschreef, zou ik aanraden om niet je adem in te houden. Schrijven is voor mij een langdurig proces.’

‘Vreemde tijd was dat, toen we elkaar troffen om de eerste versie van Zwart hart uit te werken. Ik herinner het me nog goed.’

‘Inderdaad,’ beaam ik, door herinneringen in beslag genomen. Schrijven in mijn oude kamer in het ouderlijk huis. Het ouderlijk huis dat er nu niet meer is.

Hij wordt ook afgeleid. Niet door het verleden, maar door het heden. Zijn blik kleeft vast aan een dame die de straat oversteekt met haar hondje aan de lijn. Beiden trippelen met hun snoetjes hoog in de lucht vlak voor een fietser langs. Ik ben hem aan het kwijtraken. De bloedhonger trekt aan hem. ‘Ik heb nog een vraag voor je. Ik weet alleen niet zo goed hoe ik hem moet stellen.’

Hij kijkt de vrouw na tot ze om de hoek verdwijnt. Net wanneer ik denk dat hij me helemaal niet gehoord heeft, reageert hij: ‘Ik ken u niet als verlegen.’

‘Niet als ik schrijf, maar nu je tegenover me staat met die blinkende slagtanden is het een ander verhaal.’

Hij grijnst. Toont me zijn moordwapens in volle glorie. ‘Kom maar op met die vraag.’

‘Deze is van Jasper Polane: Zijn Gemaakten van nature slecht? Of worden ze dat na een tijdje vanzelf?’

Hij zwijgt lange tijd en tuurt naar zijn weerspiegeling in het vensterglas. Vervolgens lacht hij. ‘Er zitten altijd filosofen tussen, nietwaar? Van die komedianten die de leegte van hun woorden wegmoffelen achter zogenaamd intelligent geformuleerde vragen?’

Ik kijk hem aan. ‘Ga je antwoord geven of niet?’

‘Denkt u daadwerkelijk dat ik dit een moeilijke vraag vind om te beantwoorden? Dat ik schrik van een dergelijk statement? En denkt u niet dat ik voor erger ben uitgemaakt? Dat ik mezelf niet voor erger heb uitgemaakt en mezelf voor erger heb aangezien dan simpelweg “slecht”. Dat woord dekt de lading niet. Slecht. Dat is net zoiets als aardig. Zo’n halfslachtige karaktertrek waar je eigenlijk niet veel van hoeft te verwachten. Er schuilt geen kracht achter… Bovendien, wat is slecht? Wat voor mij goed is, is voor u slecht en vice versa. Natuur komt vanuit de persoon, niet vanuit het feit of iemand Ath’vacii is. Bovendien wordt wat goed of slecht is opgelegd door maatschappelijke en culturele normen. Maar met een mogelijke eeuwigheid aan je voeten en het ontbreken van angst om te sterven door ziekte of ongeluk, openbaren bepaalde verleidingen zich vroeg of laat. Grenzen vervagen. Maakt dat een Ath’vacii per definitie slecht? Geef en mens alle tijd van de wereld en hij verrot te zijner tijd vanzelf.’ Hij maakt zich van de vensterbank los. ‘Was dat het?’ vraagt hij, toch wat kortaf.

‘Ja, dat was het schokkende aantal vragen dat is binnen gekomen.’ Ik knipoog naar hem.

‘Maar zijn daarmee de vragen op?’

‘Wat mij betreft nog lang niet.’

Hij neemt zijn hoed af, neemt mijn hand in die van hem en buig zich er overheen. De kou van zijn vlees wasemt dwars door zijn witte handschoen . ‘U mag mij altijd vragen stellen. Misschien wordt de tweede bronvertelling die u exclusief aan mij zal wijden daarmee accurater dan Zwart hart.’

‘Wie zegt dat ik nog een verhaal exclusief aan jou wil wijden?’

‘Omdat er ook een stukje van mijn zwarte hart in u zit, zoals in iedereen. Hopelijk stelt dat antwoord mijnheer Polane tevreden.’ Hij zet zijn hoed weer op, kijkt nog even naar alle schilderijtjes en prenten die ik aan de muur heb hangen, een paar daarvan per toeval gevonden portretjes van hoe ik Maïa en Katine voor me zie. De steevaste rommel op mijn bureau kan hem niet bekoren. Zolang ik maar bij toetsenbord en muis kan vind ik het best. ‘Precies Roan,’ concludeert hij hoofdschuddend. Een zucht later is hij verdwenen.

Ik frons mijn wenkbrauwen. Hij is  dan wel weg, maar hij is nooit helemaal verdwenen, die duivelse Collignon met zijn zwarte hart. Heeft hij dan toch een beetje op me afgegeven?

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

DeelShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn

Over vriendschap en uitgeven

www.bloedwetten.comToen Jasper mij vroeg of ik een blog wilde schrijven voor de blogtour ter ere van zijn nieuwste roman Wolvinnen van Otrostaadt,  zei ik zonder nadenken ‘ja!’. Daar ben ik namelijk goed in, zonder nadenken ‘ja!’-zeggen.  Vervolgens rees de vraag in welke vorm dit blog te gieten. Een interview? Ging al gebeuren. Elkaar interviewen dan? Ook al gedaan. Bovendien hadden we we ons dan verplicht gevoeld een antwoord te geven op de veel gestelde en o zo ongemakkelijk vraag of we een stel zijn. Zelfs het ludieke idee om Edison en Storm elkaar te laten interviewen kwam voorbij, maar uiteindelijk ketste dat ook af, omdat je als lezer daarvoor beide boekenreeksen moet kennen. Een ideetje dat we op de plank ‘wellicht voor in de toekomst’ leggen.

Nadat ik me vorige week naar Leiden had gerept om bij de boekpresentatie van Wolvinnen aanwezig te zijn, gezellig een nachtje in Huize Polane bleef logeren om de volgende dag een dagje markt mee te draaien, kwam ik op het idee waar ik het in dit blog over wil hebben. Want hoe is dat nou eigenlijk gekomen, die nauwe samenwerking tussen Quasis en Staaldruk/Bloedwetten?

Begin november 2014 had ik de first draft van Bloedwetten al een paar maanden af en ik was druk bezig met herzien. Het plan was om, indien geen van de uitgevers waar ik het manuscript naartoe had gestuurd met een contract zou zwaaien, ik het boek zelf zou uitgeven. Hoe precies, was nog de grote vraag. Op mijn tijdlijn op Facebook zag ik een interview met ene Jasper Polane voorbijkomen, een stuk dat afkomstig was van de site die inmiddels is uitgegroeid tot  ’s Neerlands grootste lezerscommunity, Hebban. Daarin vertelde Jasper enthousiast over zijn debuut Lege Steden (een boek waarvan de thematiek me meteen aansprak) en hoe hij de publicatie door middel van crowdfunding had gefinancierd. Tot op dat moment had ik nog nooit van crowdfunding gehoord, niet bewust in ieder geval. Het was zo’n moment waarop je een kwartje kon horen vallen. ‘Ga ik ook doen,’ dacht ik bij mezelf, ook al werd in het interview duidelijk dat het een pittige klus zou worden, maar ja, als ik me iets in mijn hoofd haal, hou me er dan maar eens van af.

Op de Midwinterfair in het Archeon, 2014 ontmoetten Jasper en ik elkaar voor het eerst. Lang hebben we toen niet kunnen praten, beiden aan het werk en Jasper op zondag geveld door een nare buikgriep. Kort daarna voerden we geheim beraad in de Bijenkorf te Amsterdam, waar ik Jasper het hemd van het lijf mocht vragen over de ins and outs van crowdfunding. Niet alleen was door dat interview op Hebban het idee ontstaan om publicatie van Bloedwetten op dezelfde manier aan te pakken, ook vertoonde ons werk enkele overeenkomsten. Inhoudelijk zouden de boeken zo naast elkaar kunnen staan in de boekhandel.

Ik sloeg aan het plannen en op de achtergrond heeft Jasper mij (samen met vele anderen) door de intensieve tijd rondom de crowdfunding geloodst. Onze vriendschap groeide en al gauw kwam het idee voor nauwere samenwerking ter sprake. De reden dat het er niet meteen van kwam, ligt geheel bij mij. Niet uit wantrouwen, maar juist uit een te groot gevoel van vertrouwen, want ergens geloof ik dat vriendschap en zaken gescheiden moeten blijven. En dus ging ik in zee met een uitgever die een week nadat ik had toegezegd uit elkaar klapte. Pas maanden later kreeg ik te horen hoe zaken ervoor stonden. Deze uitgever was een gevestigde naam binnen het genre en het leek een veilige keus. Een ervaring die mij vervolgens meer dan voldoende reden gaf om te twijfelen of ik er goed aan deed om met wie dan ook krachten te bundelen. Misschien was ik alleen beter af. Maar in je uppie met maar één boek op je naam is het praktisch onmogelijk om de kosten van een aansluiting bij het Centraal Boekhuis te dragen en bereik is voor een boek van levensbelang.

www.bloedwetten.comBegin 2016 bood Jasper aan om mijn uitgeverij Staaldruk als imprint bij Quasis onder te brengen, zodat het duidelijk mijn eigen hokje was waar ik kon doen en laten wat ik wilde, maar waar ik ook financieel volledig verantwoordelijk bleef. Toen wist ik dat ik geen reden meer had om te blijven twijfelen. We knutselden een contract in elkaar alsof we elkaars ergste vijanden waren, juist om ons ervan te vergewissen dat onze vriendschap overeind zou blijven. Daar moest op gedronken worden met Jip en Janneke bubbels!

Inmiddels verloopt de samenwerking soepel en voelt het alsof we elkaar al jaren kennen. We delen geregeld een kraam op evenementen, luchten ons hart als het tegenzit, smeden plannen voor de toekomst door de lat telkens net hoger te leggen dan waar we nu zijn, moedigen elkaar en remmen elkaar af wanneer nodig. Laatst hadden we nog de grap dat Jasper mij vaker ziet dan zijn vrouw, aan wie ik hier ook aandacht wil besteden: als ik het over Jasper heb, zeg ik automatisch ook Petra, want zij vormen als echtpaar de basis van Quasis. Niet alleen Jasper heeft me met open armen welkom geheten, maar ook Petra en daar ben ik reuze dankbaar voor.

www.bloedwetten.comEn dan die roman waar deze blogtour om te doen is, Wolvinnen van Otrostaadt, is die de moeite waard? Ik heb hem mogen proeflezen net zoals zijn voorganger Vorstin van de Kou en hoewel ik niet snel met sterren strooi (zeker niet omdat ik iemand toevallig ken) krijgt Wolvinnen van mij vier dik verdiende sterren. In de eerste twee delen van deze reeks, De Onzichtbare Maalstroom, miste ik iets. De rauwheid waar ik zelf zo verzot op ben, het net over de grens durven stappen. Het leek erop of Jasper er nog niet volledig voor ging, maar met Wolvinnen heeft hij zijn schroom laten varen en als schrijver een flinke stap voorwaarts gezet.

Dat is ook een voordeel van vrienden zijn, dat je zo’n proces van dichtbij mag meemaken en dat is mooi. Van een ander zien groeien, groei je zelf ook. Ik hoop dan ook dat we dat dichtgetimmerde contract nooit van stal hoeven halen, en dat we elkaar nog lang blijven steunen.

En als jullie me nu willen excuseren, dan ga ik die veren die ik net zo zorgvuldig in Jaspers achterwerk heb gestoken, er weer stuk voor stuk uit trekken. Ook dat is vriendschap.

 

Volg de hele blogtour hier

Lees recensies van Wolvinnen van Otrostaadt hier

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

DeelShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn

Bloedwetten wint Bastaard Fantasy Award

kees1

Foto: Kees Stravers

Afgelopen vrijdag (25 maart 2016) verzamelde zich een bont gezelschap in de Qbus te Leiden voor de prijsuitreiking van de Bastaard Fantasy Awards. De slimme heren van Bastaard hadden een aantrekkelijk programma samengesteld met optredens van o.a. Seed en Rapalje, waarmee de uitreiking werd omlijst.

Op ultrasjieke wijze had ik mij vanaf het huis van vrienden naar de Leidse binnenstad bewogen: de fiets van Jasper en Petra’s tienjarige zoon bleek een perfect fit. Tja, een schrijver 2.0 voert immers al haar eigen stunts uit, zo ook deze.

Het was een gezellig weerzien met oude vrienden en schrijfcollega’s, maar dan word je plotseling toch erg nerveus vlak voor bekendmaking van de categorie ‘beste boek’ en het ontrollen van de oorkonde met de uitslag. Je hoopt natuurlijk, maar probeert nergens op te rekenen en als je dan hoort dat jouw boek heeft gewonnen is dat gewoon onwerkelijk.

Bastaard Awards 017+

Met Jasper Polane

De klim het podium was op was ook onwerkelijk. Echt weer een Sophia-momentje. Tja, het zou best handig zijn geweest als ze me hadden verteld dat er back stage een trappetje was… Helaas bleek het geluid van de live stream te zijn uitgevallen. Ik kan jullie garanderen dat jullie wat betreft mijn speech niet veel hebben gemist, want ik had niets voorbereid. Ik zal hem hier nog even herhalen voor zover ik me kan herinneren, want ik was echt even sprakeloos: ‘Bedankt iedereen die heeft gestemd. Iedereen die heeft geholpen met het boek ook hartelijk bedankt. Dit is… ja… dit is echt heel tof. Dank jullie wel.’

Kijk, als je achter pc of laptop zit te kniezen, vloeien die woorden veel eleganter, maar het was tenminste recht uit het hart.

De fantasy scene is een mooi wereldje, vol liefde en enthousiasme, waarin mensen niet wegvluchten voor de realiteit, maar de wereld gewoon net iets mooier proberen te maken. Dit doen ze niet alleen door middel van uiterlijkheden zoals prachtige kostuums, maar ook door wie ze van binnen zijn. De gunfactor is groot, maar dat hij nog steeds zo groot is, had ik niet durven dromen. Tijdens mijn crowdfunding had ik er al van mogen proeven, toen vanuit allerlei hoeken en gaten mensen te hulp schoten, vaak mensen die mij niet eens kenden. Ik ben en blijf dankbaar, want op een gegeven moment denk je dat het wel klaar is met dat gunnen.

Bastaard Awards 013

Catfight met Kim en Rik

Wat mij het meest heeft ontroerd waren de welgemeende felicitaties van medegenomineerde schrijfcollega’s. Dat is een wel heel bijzondere gunfactor, want ik weet ook hoe het voelt om achter het net te vissen. Rik en Kim, jullie zijn kanjers!

Iets minder dan een jaar geleden begon ik kiezels in een vijver te gooien, kiezels die zeiden: help mij met het waarmaken van mijn droom, geef mijn boek een kans om het daglicht te zien. Inmiddels hobbel ik voort op de deining, kabbel ik langzaamaan richting grotere wateren, via een stroom naar een meertje en misschien ooit naar het open water van de zee.

Eén kiezeltje is al pardoes in een grotere plas terechtgekomen: onlangs haalde ik geheel onverwacht mijn eerste betaalde schrijfopdracht binnen. Hier mag ik op dit moment helaas verder niets over bekend maken, maar het wordt machtig mooi, dat weet ik zeker.

Als jullie me de komende tijd kwijt zijn, heb ik me verdiept in Bloedwetten II en geheime opdrachten. En ik glunder zo op zijn tijd ongetwijfeld ook nog na bij de herinnering aan een mooie avond. Stemmers bedankt!

DeelShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn

Uitgeverijen Quasis en Staaldruk gaan samenwerken

Uitgeverijen Quasis en Staaldruk gaan nauw samenwerken

Met trots kondigen Quasis en Staaldruk hun wederzijdse samenwerking aan.

Staaldruk, de uitgeverij van selfpublisher Sophia Drenth en de thuishaven van Bloedwetten, wordt bij Quasis ondergebracht als imprint. Hiermee blijft de reeks Bloedwetten in handen van Staaldruk, maar ontstaat de mogelijkheid tot nauwere samenwerking. Op deze manier kunnen de uitgeverijen hun bereik vergroten. Zo zal Bloedwetten bijvoorbeeld via Quasis bij het Centraal Boekhuis verkrijgbaar zijn.

Omdat de fondsen met fantasy voorzien van een duister tintje uitstekend bij elkaar passen qua sfeer en doelgroep is het een vanzelfsprekende stap.

‘Quasis publiceert fantasy die verrassend en anders is,’ zegt uitgever Jasper Polane. ‘Bloedwetten ís origineel en afwijkend, en past daarom perfect bij ons.’

Van huis uit zijn beide uitgevers eigenwijze selfpubbers die hun publicaties dankzij crowdfunding hebben weten te financieren.

Sophia Drenth: ‘De manier waarop Jasper het avontuur met zijn reeks De Onzichtbare Maalstroom is aangegaan, heeft mij destijds geïnspireerd om ook te gaan crowdfunden. Ik kan niet wachten om te zien waar deze bundeling van krachten ons heen gaat brengen.’

De contracten zijn getekend. Quasis en Staaldruk zijn klaar voor de volgende stap en hebben zin in een toekomst vol eigenzinnige publicaties!

Profielen uitgeverijen:

quasisQuasis Uitgevers publiceert boeken in de fantastische genres: fantasy, sciencefiction, bovennatuurlijke thriller en horror. Binnen deze genres wil Quasis verrassend en anders zijn. Niet standaard, maar net een beetje grensoverschrijdend in vorm, thema en genre. De uitgeverij wil de markt van Nederlandse fantastische literatuur stimuleren en lezers meer opties geven in hun keuze van auteurs en thema’s. Het genre niet alleen in aantallen laten groeien, maar ook de breedte opzoeken.

Bij Quasis loopt sinds begin van het jaar de reeks Splinters: elke maand een nieuw kort verhaal van een andere auteur in je brievenbus. In juni zal Wolvinnen van Otrostaadt, het derde deel van De Onzichtbare Maalstroom van Jasper Polane verschijnen.

Kijk voor meer informatie over Quasis op www.quasis.nl, of mail naar info@quasis.nl.

staaldrukStaaldruk is het imprint van Quasis Uitgevers waaronder Sophia Drenth haar boeken uitbrengt. Drenths verhalen onderscheiden zich door de literaire aanpak, het fijnzinnige taalgebruik en de broeierige sfeer die onder je huid gaat zitten.

Staaldruk heeft het tweede deel uit de reeks Bloedwetten op touw staan (lanceringdatum vooralsnog onbekend).

Kijk voor meer informatie over Staaldruk op www.bloedwetten.com, of mail naar bloedwetten@gmail.com.

DeelShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn

Twee jaar Bloedwetten

bw 2jaar‘Wakker geworden uit een droom met een krachtig verhaalidee in mijn hoofd.’ Deze woorden schreef ik vandaag twee jaar geleden op.

Die droom zou het begin zijn van Bloedwetten. Op dat moment kon ik niet bevroeden wat er allemaal uit die nachtelijke visioenen zou voortvloeien, dat ik nu zou zijn waar ik nu ben, met een succesvolle crowdfunding achter de rug, ontelbare avonturen op het vlak van selfpubben rijker én de uitgave van een eerste roman op zak. Ik heb zelfs voor publiek staan pitchen. Mijn broek zakt er nog geregeld van af.

Het zijn uitdagingen die mijn leven stuk voor stuk hebben verrijkt, me meer dan eens tot wanhoop hebben gedreven, maar uiteindelijk bleek er elke keer toch een manier te zijn om het onmogelijke mogelijk te maken. Met veel hulp en liefde van anderen en een torenhoge gunfactor, laat dat onbetwist zijn!

Als ik die eerste notities in mijn Morning Pages teruglees, koortsachtig neergekrabbeld vlak na ontwaken, verbaast het mij welke elementen van Bloedwetten er vanaf dat eerste moment aanwezig waren. Ik schreef:beer meisje

‘Essentie: een man wordt ‘geturnd’ door bende vampiers/demonen die de schurft aan hem hebben. Maar hij doet niet mee, wordt een vampier, maar schrijft zijn eigen regels. Hij drinkt geen bloed maar doet aan autotransfusie.’

Het was er allemaal: de verwekking door een gruwelijke moeder, het baren van je eigen ziel, de slachting in de chocolaterie. Het idee van je grootste vijand het eeuwige leven geven, zodat je hem eindeloos kan misbruiken. Ook de vleermuisbeer was van meet af aan van de partij. Waar kwamen de beelden die ik zo intens had ervaren vandaan?

dexterVoor het slapengaan had ik de allerlaatste aflevering van Dexter bekeken (de VPRO hield weer eens zo’n lekkere Dexter-marathon). Die laatste minuut verankerde zich in mijn hoofd. Het gevoel van verlatenheid en wanhoop liet me niet los tot in mijn diepste droomtijd. En ja, het rode haar van Storm is zowel een ode aan als een knipoog naar Dexter.

Na het neerkrabbelen van die Morning Pages ben ik gewapend met een extra stevig ontbijt naar mijn pc gerend, waar ik vervolgens uren heb zitten schrijven. Dat was me in jaren niet overkomen. De schrijfkoorts sloeg toe en heeft me niet meer losgelaten. Ik ben blijven schrijven, dagelijks, vele uren achter elkaar. Het verhaal werd een novelle, de novelle groeide uit tot een roman en de roman werd het eerste deel van een tweeluik en ook het tweeluik lijkt nog maar het begin. Prequels zijn in de maak. Bloedwetten wil naar bloedstollende hoogten groeien. Het dijt uit als een kracht die groter is dan mezelf.

Hoe nu verder? Momenteel werk ik keihard aan deel II. Het is een gecompliceerd boek met een rijke schare aan personages en een ingewikkelde intrige. De grootste uitdaging uit mijn schrijversbestaan tot nu toe. Het is tevens een koppig boek dat zich niet zonder slag of stoot laat schrijven. Maar ik heb het nu in de houdgreep – of laat het me alleen maar in die waan? – en ik laat het niet meer gaan. Op een publicatiedatum kan je me op dit moment nog niet vastpinnen, zeker niet na wat ik de afgelopen jaren allemaal heb geleerd. Er komt zoveel kijken bij het publiceren van een boek.

Wat ik wel kan vertellen is dat er binnenkort belangrijk nieuws over de toekomst van Bloedwetten en mijn uitgeverij Staaldruk wordt bekendgemaakt. Het belooft een eigenzinnige samenwerking te worden, tussen twee partijen die veel met elkaar gemeen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar naar (nog) grotere hoogten zullen tillen.

Op naar de toekomst!

*Bron foto’s eigen archieven en Google. Alle rechten bij de makers.

DeelShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn

NaNoWriMo 2015: De twijfel slaat toe

nanobanner

Dat ik aan minimaal 1667 woorden per dag schrijven een hele kluif ging hebben, stond vanaf het begin vast. Toch ging ik de uitdaging aan. Ik wilde proberen of nano dezelfde magie voor mij had als voor zoveel schrijvers.

Sinds een paar dagen is de twijfel toegeslagen. Het schrijven gaat in een moordtempo. Om aan het minimum te komen heb ik de schrijfdagen van 8 uur en langer gemaakt. Ik ben geen snelschrijver, ook geen veelschrijver. Heb me er ook al een tijdje bij neergelegd dat ik dat nooit zal worden. Ik schud niet eventjes een plot uit mijn mouw voor deze of gene wedstrijd. Zo werkt het voor mij simpelweg niet. Mijn proza moet rustig inweken. Als ik schrijf ervaar ik mijn personages, the good, the bad, the ugly. Je zou het method writing kunnen noemen.

Het grootste probleem zijn niet de uren (slechts een gewone werkdag) of het aantal woorden, maar puur het tempo. Ik haast me door de scènes heen, veel diepgang krijgen ze niet. Dat is op zich niet vreemd bij een first draft, de eerste schets van het verhaal. Dat je schrijft en vooral dóórschrijft is het belangrijkste tijdens nano. De innerlijke criticus moet worden uitgezet. Bijna zonder nadenken doorbeuken zou de enige optie zijn om dit doel te bereiken.

Wat voor mij wel een probleem is, is dat het ‘voelen’ uitblijft. Er duikt soms kortstondig iets op wat op flow lijkt, maar het brute schermstaren heeft de overhand. Het is net alsof ik niet helemaal bij ben. Ik verkeer in een roes, maar het is geen fijne roes. Haast hebben om te schrijven, normaal voelt het anders voor me, rustgevend. Dit is verre van rustgevend.

Interessante ontwikkelingen waar ik niet al te veel vragen bij het gesteld, ze hebben plaatsgevonden en ik heb ze laten gebeuren. Dit zou komen door het uitschakelen van die innerlijke criticus. Maar zouden deze openbaringen niet zijn ontstaan bij een minder hoog tempo? Ik betwijfel het. Ik geloof erin dat mijn personages mij vertellen welke weg ze moeten bewandelen als de weg die ik voor ze heb verzonnen hen niet aanstaat. Geloof maar dat ze hun mond opentrekken als ze het ergens niet mee eens zijn.

Ik voel er veel voor om de beoogde wordcount van 50.000 woorden vaarwel te zeggen en weer in mijn eigen tempo verder te gaan. Wie mij een beetje kent, weet dat dit geen makkelijke beslissing is. Als ik me eenmaal iets in mijn hoofd haal, ga ik door tot het bittere eind. Als kind ging ik steevast voor die smurfensticker, elke keer. (Wat een tegenvaller was het als ik een huppelend paard, of nog erger, een kwijlend hondje onder mijn huiswerk/proefwerk aantrof. Smurfen, daar ging ik voor!) Ik hou niet van tussendoor van plan veranderen, maar nu heb ik het gevoel dat ik samen met mijn manuscript op een gapende afgrond af dender. ‘Kwaliteit in plaats van kwantiteit!’ brult elke vezel in mijn lichaam, terwijl ik aan de teugels trek in een verwoede poging om het op hol geslagen monster van galop naar draf te krijgen.

Ik ben Bloedwetten en Bloedwetten dat ben ik en momenteel voel ik me niet happy, want ik haal niet wat ik doorgaans uit het schrijven haal: de verwondering, de magie van de woorden die zich schijnbaar uit het niets aan elkaar breien. Ik had verwacht dat nano dat heerlijke gevoel zou aanwakkeren, maar het lijkt het juist te onderdrukken. Boven alles komt mijn twijfel voort uit het gevoel dat het ijltempo mijn boek geen goed doet, dus ik ga zeer waarschijnlijk een stap terugdoen uit naam van Bloedwetten.

Mijn voornaamste doel heb ik immers al bereikt: het terugvinden van mijn schrijfroutine. Nu die weer in mijn systeem zit, zal ik het niet snel laten gaan. Bloedwetten II zal het licht zien, misschien niet in de vorm van een manuscript dat op 30 november 50.000 woorden is toegenomen, maar dat het boek er komt staat vast. Nu nog een goede titel verzinnen in plaats van ‘Deel II’. Daar ga ik eens rustig over nadenken bij een kop thee.

DeelShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn

NaNoWriMo2015: De Uitdaging

Dit jaar doe ik voor het eerst met NaNoWriMo (National Novel Writing Month). Voor wie daar niet mee bekend is: iedere november gaan duizenden schrijvers wereldwijd collectief uit hun plaat door de uitdaging aan te gaan om 50.000 woorden gedurende de maand november te schrijven. Dat houdt in dat je minimaal 1667 woorden per dag moet produceren om op schema te blijven.

‘Yeah, right, 1667 woorden per dag, is dat veel?’ vraagt de niet-schrijver zich af? Even ter vergelijking als ik aan een boek of verhaal werk, schrijf ik meestal rond de 1000 woorden per schrijfavond. Een gemiddelde roman telt rond de 80 à 90.000 woorden. Bloedwetten is 130.000 woorden rijk en daar heb ik in totaal anderhalf jaar aan geschreven (inclusief een ontelbaar aantal drafts voor sommige scènes).

Dus ja, 1667 woorden per dag schrijven is in mijn geval een behoorlijke uitdaging. Voor mij is de voornaamste reden om deel te nemen mijn schrijfflow terugvinden. Tot die eerste november jongstleden – toen het hele spektakel van start ging – was het een jaar geleden dat ik aan iets nieuws werkte. Mijn inzending voor de Fantastels verhalenwedstrijd was het laatste nieuwe werk dat er uit mijn handen kwam. Er is bijna een heel jaar gaan zitten in Bloedwetten afwerken en publiceren.

En nu heb ik me dus ein-de-lijk op deel II van Bloedwetten kunnen storten, een verhaal dat ik langer dan een jaar met me meedraag. Allemaal dankzij het voornemen om het er dit jaar eens op te wagen en een nanospurt te trekken.

Maar waarom jezelf dwingen? Schrijven ís voor het grootste deel jezelf dwingen. Inspiratie moet je afdwingen. Het is de aloude kwestie van butt in chair en schermstaren, een woord bij zijn kladden grijpen en beginnen. Nano is niet anders dan wat ik doorgaans doe als ik aan een boek werk: gaan zitten en doen. That’s all there is to it. Eerlijk waar. Woord na woord, draft na draft, net zolang tot je jezelf en je personages wel kan schieten. Maar als die flow er eenmaal is, is er niets wat in de buurt komt van die heerlijkheid van woorden die uit je vingertoppen vloeit. Elke schrijver zal beamen dat dat gevoel verslavend is en het is een van de redenen dat je er steeds weer voor gaat zitten.

Alles wat ik maak komt voort uit mijn hart, maar schrijven gaat nog dieper. Schrijven komt uit mijn ziel en om je zielenwoorden te vinden moet je diep graven. Soms enorm diep, dieper dan je lief is, dieper dan comfortabel is. Maar schrijven hoeft niet comfortabel te zijn. Schrijven gaat om je grenzen verleggen, met elk verhaal opnieuw, groeien, kleine stukjes van jezelf bijeen sprokkelen via de stem van je personages. En als de woorden niet goed zijn, dan schrijf je nieuwe, net zo lang tot het wel goed is. Om het ook daadwerkelijk te doen zet je een stok achter de deur. Deze maand is die stok voor mij nano.

Ga ik het halen? Geen idee. Eén schrijfloze dag gooide onlangs al roet in het eten. Ik ben inmiddels weer op schema na een heel weekend onafgebroken schrijven en heel veel schermstaren.

Misschien helpt het dat ik een extra stok achter de deur heb: als ik de 50.000 woorden haal, mag ik van mezelf een nieuw paar schoenen kopen. Dat moet toch zeker helpen om vlijtig door te pennen?*

Ik wens iedereen die met nano meedoet enorm veel succes. Soms tegen je computer gillen mag best, je haren uit je kop rukken of jezelf belonen met een zak chips of stuk taart omdat je helemaal niets geschreven hebt, mag ook. Maar wat je ook doet, blijft met die butt in die chair zitten tot je de 50.000 woorden (of wat je doel ook moge zijn) hebt geschreven. Je kan het!

De belangrijkste vraag is aan het eind van dit blog natuurlijk nog niet beantwoord: tellen de woorden uit dit stukje nu wel of niet mee voor nano?

*En wie hou ik voor de gek? Dat nieuwe paar schoenen komt er toch wel.

DeelShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn